Laboratoriumgeneeskunde

Ardolab
Campus Brugsesteenweg Roeselare
Campus Wilgenstraat Roeselare
Campus Menen
Campus Tielt
Campus Torhout








Afnameprocedure Hemoculturen
Bijlage - Microbiologie- WP.M12 Afnameprocedures
DocNrVersieStatusGewijzigd door
B.M.812DefinitiefLut Gheysens
Aangemaakt opVerstuurd opGeldig vanGeldig totGearchiveerd op
11/03/201911/03/201914/03/201914/03/2022


Doel: Het opsporen van bacteriëmie en fungemie is de meest cruciale test in het microbiologische labo aangezien morbiditeit en mortaliteit geassocieerd aan sepsis, hoog zijn.
Om contaminatie (bijbesmetting) zoveel mogelijk te vermijden, wordt bij de afname gebruik gemaakt van een gesloten en beveiligd vleugelnaaldsysteem. Het rechtop plaatsen van de flesjes laat toe een correct volume af te nemen.

1. Opvangmateriaal
  Zie Infoland AZ Delta, 'Afnamematerialen'. Docbeheer AZD

2. Monstername
 
Zie ook 'Bloedafname voor hemoculturen met Safety-Lok', (enkel van toepassing voor AZ Deltaziekenhuis Roeselare-Menen-Torhout).

Perifere afname, hemoculturen afnemen vooraleer antibiotica te starten!
  1. Ontsmet de handen met handontsmettingsalcohol.
  2. Desinfecteer de huid van de patiënt met alcohol prep pads.
  3. Desinfecteer de rubberen dopjes van de flesjes met chloorhexidine alcohol oplossing.
  4. AZ Delta:
    Prik met het bijgeleverde setje (vleugelnaald met beschermkapje – slang – houder in één stuk) een vene aan (vermijd hierbij het opnieuw palperen van de vene!)

    Sint-Andries Tielt:
    Prik de vene aan met een vleugelnaald waarop een adaptor voor afname van hemocultuurflessen gemonteerd is.

  5. Neem eerst de aërobe fles af, en daarna de anaërobe fles. Voor pediatrie is er maar één flesje.
    Houd tijdens de afname de fles rechtop, zo kan je het bijvullen van de flessen opvolgen.
    Neem het juiste volume af:
    - volwassene: 8 à 10 ml per fles
    -
    pediatrische fles, BD: 1-3 mL, BioMérieux: 4 mL.
  6. Indien nodig kunnen andere bloedafnames gebeuren met dezelfde afnameset, maar steeds NA de afname van de hemoculturen.
  7. Neem MINSTENS twee maal twee flesjes af (dit zijn dus in totaal 2 koppels van telkens een aërobe en een anaërobe fles) op twee VERSCHILLENDE prikplaatsen.
  8. Bij vermoeden van een kathetersepsis wordt zeker 1 koppel perifeer afgenomen en het 2e koppel via de katheter. Hemoculturen zijn heel belangrijke stalen en zowel vals positieve (bijbesmetting) als vals negatieve stalen (slechts 1 paar afgenomen) komen de zorg voor de patiënt niet ten goede.
  9. Geef correct aan hoe het staal afgenomen is (perifeer, via katheter, … )
  10. Verstuur de  stalen zo snel mogelijk naar het labo.
  11. Deponeer de gebruikte afnameset in zijn geheel in de naaldcontainer.
Afname via katheter
 
  1. Bij moeilijke afname via vena punctie mag een hemocultuurfles afgenomen worden via de katheter.
  2. Bij vermoeden van een kathetergerelateerde sepsis moet 1 koppel afgenomen worden via de katheter; het 2e koppel moet perifeer afgenomen worden.
  3. Desinfecteer het rubberen septum van de hemocultuurflessen met chloorhexidine alcohol oplossing.
  4. Desinfecteer het connectiestuk waaruit het bloed genomen zal worden met een nieuw gaasje en chloorhexidine alcohol oplossing.
  5. Deconnecteer de infuusleiding en plaats de afnamespuit.
  6. Neem een minimale hoeveelheid bloed (3 ml) af en gooi weg.
  7. Neem daarna met een nieuwe spuit het bloed voor de hemoculturen af en breng over in de hemocultuurflessen.
  8. Neem eerst de aërobe en daarna de anaërobe  fles af.
  9. Vermijd afname op infuuslijnen binnen het uur na beëindigen van antibioticatoediening via die lijn.

3. Aantal afnames
   
Tijdsinterval tussen afname van koppels:
4. Aandachtspunten
   
5. Bewaarcondities: kamertemperatuur
 
6. Transport: kamertemperatuur
Breng flessen zo vlug mogelijk naar labo of via buizenpost. Plaats ze in afwachting van transport NIET in de koelkast.
 
7. Aanvraag 
Eén order per afname
Specificeer de afnameweg (perifeer, via katheter …)


Gerelateerde documenten: